Lezing 5
De wieg van de mens


Reconstructie Australopithecus afarensis
gemaakt door Remie Bakker ©
ManimalWorks
De Britse natuuronderzoeker Charles Darwin (1809-1882) merkte in 1871 op in zijn boek “The descent of man” (“De afstamming van de mens”), dat het wat waarschijnlijker is dat onze vroege voorouders in Afrika hebben geleefd dan ergens anders. In die dagen waren er geen fossielen van mensachtigen van dit continent bekend. Waarom dacht hij dan toch aan Afrika? Darwin redeneerde dat nu levende zoogdieren vaak nauw verwant zijn aan de uitgestorven soorten in hetzelfde gebied. Het Afrikaanse continent is de plek waar we de meest nauwe verwanten van de mens tegenkomen: chimpansees en gorilla's. Alhoewel je je op een middag in de dierentuin, vergapend aan apenstreken misschien niet voor kan stellen dat het onze naaste verwanten zijn, vertonen mensapen veel overeenkomsten met ons. Net als wij zijn ze slim, kijken ze ons recht aan, bezitten ze bewegelijke ledematen, hebben ze vinger- en teennagels en geen staart. Als je dus zonder fossielen op zak moet raden waar de mens vandaan komt, is Afrika een logische plek. Nu, meer dan 130 jaar later en een overstelpend fossiel bewijs, moeten we nog steeds constateren dat Darwins vermoeden correct was. Zowel Zuid- als Oost Afrika hebben tot nu toe een ware schat aan aapmens en oermens fossielen opgeleverd. Afrika wordt momenteel gezien als de bakermat van de mensheid.

| alle lezingen | lezing 1 | lezing 2 | lezing 3 | lezing 4 | lezing 5 | lezing 6 | lezing 7 |
| lezing 8 | lezing 9 | lezing 10 | lezing 11 | lezing 12 | lezing 13 | lezing 14 |



© Copyright website Paul Storm, webdesign Barbara van der Hout